Het Nederlandse deel
van de grens van het Romeinse rijk, de Limes, staat op de nominatie om tot het
Werelderfgoed van Unesco te gaan behoren.
In feite is het onderdeel van het grootste aaneengesloten Europees
archeologische monument, dat van Noord-Engeland tot de monding van de Donau in
Roemenië loopt. Sommige delen, zoals de beroemde Muur van Hadrianus in Engeland en
de Limesstrasse in Zuid-Duitsland, zijn inmiddels al Werelderfgoed. Nederland
wil samen met het Duitse Rijnland in de komende jaren voor het grensdeel dat langs de Rijn heeft gelopen die status verder gaan voorbereiden.
Belangrijk daarvoor is dat er een eenduidig beschermingsregime komt voor de
archeologische vindplaatsen die samen de Limes hebben gevormd. Het gaat
daarbij behalve om restanten van de Romeinse weg ook om de forten,
wachttorens, kampdorpen en grafvelden die daar langs gelegen waren. In
Nederland liggen deze vrijwel allemaal onder de grond en soms, zoals de Brittenburg
bij Katwijk, onder water.
Samenhangend beschermingsregime
Het Rijk, de drie
betrokken Provincies (Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland) en de ongeveer
twintig gemeenten in de Limeszone hanteren momenteel verschillende
beschermingsinstrumenten. Bij grote delen van het monument ontbreekt het soms
nog aan afdoende bescherming. Het ministerie van OCW en de landelijke
Samenwerking Limes willen in gezamenlijkheid tot een planologisch-juridisch ruimtelijk
kader komen dat als basis kan dienen voor het samenhangende beschermingsregime dat voor
Unesco als een belangrijke voorwaarde geldt.
De Directie Cultureel
Erfgoed van het ministerie van OCW heeft daarom Vestigia gevraagd een studie
uit te voeren en met concrete voorstellen te komen voor dat ruimtelijk kader
voor de Limes. Vestigia zal daarbij zoveel mogelijk gebruik gaan maken van de
bestaande planregels en beschermingsinstrumenten van de betreffende gemeenten
en provincies en deze op één lijn proberen te brengen. Vervolgens kan gesignaleerd worden waar bijstellingen nodig zijn, bijvoorbeeld bij recent ontdekte
vindplaatsen of bij nu nog beschermde plekken, waarvan we intussen
weten dat er geen archeologie meer in de grond aanwezig is.
De resultaten zullen in het voorjaar van 2012 in een rapport en op kaartbeeld verschijnen.