Op grond van planregels of de monumentenverordening kunnen overheden onderzoekseisen stellen. Archeologisch vooronderzoek vindt vaak plaats in stappen, bouwhistorisch onderzoek is soms nodig bij stadsvernieuwingsprojecten of restauratie van, of nieuwbouw nabij monumentale panden. Heel soms is een interieurstudie noodzakelijk. Natuurlijk gaan wij eerst na of de onderzoekseis terecht is. En als dat zo is, beschikken wij over alle benodigde expertise en ervaring voor een snelle en adequate uitvoering conform de geldende kwaliteitsnormen.
De resultaten van de onderzoeken vertalen we voor u naar de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan, eventueel met de bijbehorende planregels.
Archeologisch Bureauonderzoek (BO)
De vraag of in een plangebied archeologische resten aanwezig zijn waarmee tijdens de bouw rekening moet worden gehouden, is vaak al te beantwoorden op basis van historisch onderzoek. Voorwaarde is wel dat de onderzoeker actief op zoek gaat naar alle relevante informatie. Geeft zo’n bureauonderzoek onvoldoende uitsluitsel, dan luidt het advies of besluit van de betrokken overheid al gauw dat veldonderzoek noodzakelijk is. Als adviseur zonder financieel belang bij opgravingen, investeert Vestigia maximaal in goed bureauonderzoek. Zo proberen we onnodig kostbaar veldonderzoek te voorkomen.
We kunnen, afhankelijk van de locatie, het historisch onderzoek uitbreiden met een risicoinventarisatie naar de aanwezigheid van explosieven uit de tweede wereldoorlog, in vaktaal: Niet Gesprongen Conventionele Explosieven (NGCE).
Inventariserend Veldonderzoek (IVO)
Een IVO bestaat meestal uit een verkennend of karterend booronderzoek. Daarbij wordt de archeologische verwachting die uit het bureauonderzoek is verkregen in het veld door grondboringen getoetst. Vestigia maakt gebruik van verschillende boortechnieken. Meestal boren we handmatig, dat geeft de minste overlast. Soms is mechanisch boren nodig, bijvoorbeeld als waarnemingen op grotere diepte noodzakelijk zijn. Te vaak wordt in Nederland gemakshalve een booronderzoek geadviseerd. Het is belangrijk te weten wat de voordelen en beperkingen van deze opsporingsmethode zijn. In bepaalde gevallen kan het verstandig zijn de onderzoeksmethode aan te passen aan de archeologische verwachting en de terreinomstandigheden. Wij adviseren u graag, ook over alternatieven als geofysisch onderzoek, oppervlaktekarteringen en proefputten.
Bedrijven die archeologische booronderzoeken uitvoeren, moeten een opgravingsvergunning op grond van de Monumentenwet hebben. De uitvoerder legt zijn werkwijze vast in een Plan van Aanpak (PvA) en werkt volgens de specificaties die zijn vastgelegd in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. Vestigia beschikt over alle vergunningen om dit soort onderzoeken voor u te kunnen uitvoeren.
Bouwhistorisch onderzoek
Bij een bouwhistorisch onderzoek gaan we na welke bebouwing het plangebied in de loop der tijden heeft gehad en wat daarvan nog in de bestaande bebouwing is terug te vinden. Zo’n onderzoek bevat ook altijd een waardering van de verschillende elementen volgens de gebruikelijke normering en richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed. Zo nodig vullen we deze informatie aan met adviezen over de mogelijkheden van hergebruik en eventuele restauratiekosten. In een enkel geval nemen we bij het bouwhistorisch onderzoek ook het bestaande interieur mee.
Net als voor het archeologisch vooronderzoek, geldt ook voor bouwhistorisch onderzoek dat het het beste in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming kan worden uitgevoerd. Dan is de doelstelling van behoud door ontwikkeling meestal het eenvoudig te verwezenlijken.
|
Lees meer over een archeologisch bureauonderzoek: |
|
Hier vindt u een voorbeeld van een archeologisch booronderzoek |
|
Lees meer over cultuurhistorische en bouwhistorische analyses: |